-
Vloeiende loopbewegingen: lopen en rennen.
-
Realistische lichaamsbewegingen: draaiende kop en nek; zwiepende staart.
-
Drie afzonderlijke acties: jagen, voorzichtig en speels.
-
Autonomome interactie met omgeving: reageert met stemmingsafhankelijk gedrag en geluid.
-
Stemmingsafhankelijk gedrag: agressief/jagend; nerveus/voorzichtig; vriendelijk/speels.